Derde Kamper Ui(t)dag 2026 groot feest voor orgelliefhebber (video)
Kunst & Cultuur, Nieuws 5 augustus 2026, 0 CommentAllerhande kerk- en draaiorgels te zien, te horen èn te bespelen
Op de derde Kamper Ui(t)dag stond het orgel centraal, te weten het kerkorgel en het draaiorgel. Voor het derde achtereenvolgende jaar kwam Joris ten Have met draaiorgels van groot tot klein naar de Kamper binnenstad. Tegelijk openden meerdere kerken in het centrum hun deuren voor het Kamper Orgelpad. Dit alles vulde de gebruikelijke braderie en activiteiten aan tot een Ui(t)dag vol (muzikale) beleving.
Orgelpad
Het grote aantal monumentale kerken in de Kamper binnenstad met hun vaak dito orgels, zorgde als vanzelfsprekend voor een grote variatie in kerkorgels. Deze waren te bezichtigen, te beluisteren en op menig kerkorgel mochten bezoekers zelf plaats nemen achter de klavieren.
De deelnemende kerken waren:
- Bovenkerk – Albertus Antonie Hinsz (1743) – vier klavieren plus pedaal – 56 stemmen
- Broederkerk – Albertus Johannus van Gruisen (1822) – drie klavieren plus pedaal – 32 stemmen
- Buitenkerk – Albertus Antonie Hinsz (1754) – twee klavieren plus pedaal – 20 stemmen
- De Burgwal (1877) – Zwier van Dijk – drie klavieren plus pedaal – 33 stemmen
- Lutherse Kerk (1843) – Carl Friedrich August Naber – twee klavieren plus pedaal – 16 stemmen
- Nieuwe Kerk (2009) – A. Nijsse & Zn. – drie klavieren plus pedaal – 53 stemmen
- Poortkerk (1915) – J. de Koff & Zn./Reil – drie klavieren plus pedaal – 36 stemmen
- St. Annakapel (1897) – Jan Proper – twee klavieren plus pedaal – 11 stemmen
De vaste bespelers van het orgel gaven kleine concerten en vertelden de bezoekers over hun orgel. Zo lichtte in de Buitenkerk Bram Brandemann (op de foto in de hoek zittend) de (bas)akoestiek aldaar toe: „Het geluid moet rollen over een stenen vloer. Toen in het verleden veel meer banken in deze Buitenkerk stonden, met name aan de zijkanten, was de akoestiek een stuk slechter.”
Draaiorgeldag
Met acht draaiorgels klonk de draaiorgelmuziek door de hele binnenstad heen. Joris ten Have was met Cas Hendricks gekomen en ieder had vier orgels meegenomen, twee grote en zes kleine. De oudste dateerde van 1926. Hendrickx liet naast het Stedelijk Museum zien hoe je nummers bewerkt of componeert voor een draaiorgel. Hij was bereid op verzoek nummers te componeren maar gaf wel aan dat dat een langdurig en intensief proces is. Noot voor noot moet aangegeven worden om het juiste kartonnen muziekpatroon te verkrijgen. Toen een voorbijganger opmerkte dat in Kampen Stef Ekkel niet kon ontbreken, dook Hendrickx zijn stapel draaiorgelboeken in. Al snel speelde het orgel ’Liever te dik in de kist’ (hieronder te beluisteren).
Ten Have had voor variëteit gezorgd met een pseudocompetitie synchroon orgeldraaien dat voor deelnemers uit het publiek tegelijkertijd een uitdaging was als voor hilariteit zorgde. Men kon ook een orgeldiploma halen. Veelal in de Geerstraat was Jaap de Kwaasteniet te vinden die met zijn dansorgel De Cubaan al meer dan drie decennia voor muzikaal vertier zorgt, mede door een bijzondere vogelmondfluit.
Zie ook:
- Kleurrijke kunst op tweede Kamper Ui(t)dagen 2026 (video)
- Kamper Ui(t)dagen 2026 starten wederom met Straatmuzikantenfestival
- Kamper Ui(t)dagen van start gegaan met primeur Straatmuzikantenfestival (2024)
- Koe bungelt weer aan Nieuwe Toren (video – 2017, 2018, 2019)