Met de Kratse nao zien eiland (deel 1)

Met de Kratse nao zien eiland (deel 1)

Achtergrond, Natuur, Nieuws 0 Comment
beeld: Piet Harms
tekst: Maarten van Gemert

Hoe wordt iemand beheerder van een onbewoond eiland?

Vorige maand kwam Anton Wezenberg in het nieuws door de toestemming die hij kreeg voor een graf op ”zijn” Keteleiland. Daardoor kreeg zijn “stil” beheer van dat onbewoonde land naast Kampereiland even aandacht. Kamper Nieuws voer met hem naar Keteleiland om de geschiedenis erachter op te tekenen. Wezenberg, alias de Kratse, heeft al een opvolger op het oog.

Keteldiep
In 1939 werd het Kattendiep, in de volksmond het Kattengat genoemd, gegraven als extra monding naar de IJssel. Voor de waterafvoer was dit noodzakelijk omdat met de Ganzensluis het Ganzendiep was afgesloten. Het Kattendiep sneed een stuk land af van het Kampereiland en zo ontstond een eiland, dat de naam Keteleiland kreeg. Aan de andere kant van het eiland, boven Haatland, stroomt het Keteldiep, dat in de middeleeuwen het Coepsgat heette, en de waterafvoer van het Kattendiep ontlast.
Boer Aalbers gebruikte aanvankelijk het land maar het vee overzetten werd hem teveel en hij verhuisde naar Groningen. Daarna nam de Vogelbescherming uit Zeist het beheer op zich maar stopte dat een tiental jaren later. Vervolgens plaatste gemeente Kampen een vacature voor beheerder en dat was voor de Kratse een kolfje naar zijn hand.

De haven van Keteleiland die de Kratse zelf aanlegde.

Zelfstandig
De Kratse was broodjager oftewel eendenvanger op het Vossemeer en het Ketelmeer. Hij jaagt nog steeds maar niet op het Keteleiland waar dat verboden is. Hij kende het gebied op zijn duimpje en kwam in gemeentedienst als zelfstandig beheerder voor Keteleiland. Na vijftien jaar ging hij met pensioen en zette toen zijn werk voort als vrijwilliger. Hij wordt nog altijd ondersteund door de gemeente en draagt ook een werkbroek waarop het logo van de gemeente op de kontzak prijkt.
Zijn eerste taken waren toezicht houden (op stroperij bijvoorbeeld), de paden onderhouden en het vuil opruimen. Zelf pakte hij als eerste het gras maaien op en de aanleg van een haven. De sloot die het eiland inliep, bouwde hij uit en is tegenwoordig een populaire aanleghaven voor natuurrecreanten.

Optrekje
Op de restanten van een vroegere schuur bouwde hij een bescheiden optrekje. Toen Keteleiland nog aan het vasteland van Kampereiland zat, stond er een schuur voor trouw- en rouwpaarden. In het begin van de vorige eeuw konden daar paarden opgehaald worden als ze in de stad nodig waren voor een trouw- of rouwstoet.
Het optrekje kent een slaapkamer met een dubbele hoogslaper en een woonruimte met aan de wand een gasstelletje en kleine jerrycans met water. Voor een kleine of grote behoefte is het net als met wild kamperen: dat doe je in de natuur. Naast het huisje is een ’carport’ waar een trekker staat voor het te onderhouden 46ha grote eiland.

De Kratse loopt nao zien usien.

Beheer
Naar eigen inzicht beheert de Kratse ”zien” eiland en heeft daarvoor meerdere initiatieven ontplooit. Naast de haven onderhoudt hij de natuur en ontvangt een enkele keer gasten. Met name in de punt van het eiland zijn er (oude) bosschages waar herten leven en arenden graag broeden. Bij vertrek van verslaggever en fotograaf meert er juist een boot aan waarvan de opvarenden, twee echtparen op leeftijd, het arendsnest willen bezoeken.
Momenteel broedt de Kratse op een blokhut om jeugd onderdak te kunnen bieden bij regen. Het Hendrikje legt regelmatig aan voor kinderverjaardagen. De houtstapel voor de blokhut ligt al klaar. Het speelveld was vroeger riet en aan één zijde van het eiland tiert het riet nog steeds welig. Tè welig want tot grote droefenis van de Kratse wordt het niet meer onderhouden. Een kosten-batenanalyse van boeren en rietdekkers slaat heden ten dage negatief uit.

Opvolging
Op het nieuws van zijn toestemming om op Keteleiland begraven te mogen worden, heeft de Kratse positieve reacties ontvangen. Na het besluit van het college van B&W moest de burgemeester meermaals uitleggen dat dit een uitzonderlijke situatie is en geen precedent schept voor ”natuurbegrafenissen”. In een vervolgartikel wordt later nader ingegaan op een ander bijzonder aspect aan het graf van de Kratse.
De geboren Brunnepenaar, die vanaf zijn jeugd de betekenisloze bijnaam Kratse draagt, oogt nog kwiek maar wordt toch in februari alweer 76. Ondanks zijn liefde voor het werk beginnen de jaren te tellen. Als opvolgers zou hij heel graag Rob Meiberg zien, een zeer trouwe passant die inmiddels volop wordt ingewijd door de Kratse. Robbie komt ook uit Brunnepe en vormt samen met zijn Paula de beoogde opvolging.

De Kratse skinkt een bäkkien kòffie in.

Ontluisterend
Het optrekje van de Kratse oogt knus en roept een kampeergevoel op met oploskoffie. Zonder suiker want de Kratse drinkt zijn koffie zwart. Maria-afbeeldingen aan de wand verraden zijn katholieke afkomst en zwart-wit foto’s maken het historische beeld compleet. Doch er is ook een ander kant aan het knusse verhaal, naast het feit dat je ertegen moet kunnen ”allenig” te wezen.
Eén van de dingen die Robbie al leert is de bewoning op een onbewoond eiland niet al teveel te romantiseren. Het optrekje van de Kratse staat vol muizenvalletjes en hij wijst op de ratten die wegschieten bij de voordeur. Het echt vervelende aspect zijn momenteel de steenmarters die het bedmatras onderpissen. De vrije natuur heeft haar keerzijde.

Zie ook:
Beheerder Keteleiland mag op ”zijn” eiland begraven worden

Reageer op dit artikel

avatar
  Subscribe  
Abonneren op

Back to Top